PAL-dragers: Daphne de Bakker (links) en Miriam Hogervorst (rechts)
NH Gooi
GOOI- EN VECHTSTREEK - Twintig jaar geleden werd de dochter van Miriam Hogervorst stilgeboren. Collega’s verdwenen in de voorraadkast, omdat ze haar niet durfden aan te spreken. Nu wil Hogervorst dat het anders gaat. Samen met uitvaartondernemer Daphne de Bakker is ze een van de eerste PAL-dragers van ‘PAL in de Stad’ in de Gooi en de Vechtstreek. Het platform wil dood, verlies en rouw bespreekbaar maken.
In Amsterdam, Utrecht en Friesland bestaat ‘PAL in de Stad’ al langer. ‘PAL’ staat voor palliatieve zorg. Op 9 oktober kwam Gooi en Vechtstreek erbij. Het platform wil mensen openlijker laten praten over de dood, verlies en rouw. Ook wil het mensen laten nadenken over wat belangrijk is in hun leven, nu en later. Dat doet het door mensen en activiteiten met elkaar in contact te brengen.
Miriam Hogervorst en Daphne De Bakker waren de eerste PAL-dragers in de regio. Inmiddels zijn het er vier. Voor allebei is het nog nieuw en ze zoeken nog hoe het in de praktijk werkt. Voor dit interview hadden ze elkaar nog nooit ontmoet. De twee andere PAL-dragers kennen ze ook nog niet.
Uit het werk en uit eigen ervaring
Hogervorst (55) heeft een eigen praktijk voor begeleiding bij ziekte, verlies en rouw. Ze werkte lang in de zorg, onder meer als oncologieverpleegkundige. Sinds februari volgt ze een opleiding tot verlies- en rouwtherapeut.
'Ik maak niks mooier dan het is'
Daphne de Bakker, PAL-drager
De Bakker (54) is zelfstandig uitvaartondernemer en vrijwilliger in een hospice. Ze helpt families bij het vormgeven van een persoonlijk afscheid. Volgens haar kun je dit werk niet loszien van je persoonlijke betrokkenheid. “Ik ben maar een eenpitter, maar samen kunnen we veel meer.”
Wie PAL-drager wordt, moet zelf vinden dat de dood bespreekbaar moet zijn, zegt De Bakker. “Als uitvaartondernemer ben ik daar heel open en eerlijk over. Ik maak niks mooier dan het is.” Op de Seniorenmarkt in het gemeentehuis van Bussum sprak Wies Wagenaar, netwerkcoordinator palliatieve zorg Amsterdam Gooi-en Vechtstreek, haar aan. Ze zag hoe De Bakker over de dood praatte en vroeg of PAL-drager worden iets voor haar was. “Ik heb dat gelijk omarmd.”
Hogervorst kwam met het platform in contact via ‘Kas, Rouwen en Vieren’. Dat initiatief zet een glazen kas neer als tijdelijke ontmoetingsplek, waar afscheid, verlies en rouw in de openbaarheid ruimte krijgen. Het initiatief bestond al en Hogervorst wilde de kas ook naar de regio brengen.
'Ik ben eigenlijk moeder van twee kinderen, alleen zie je er één'
Miriam Hogervorst, PAL-drager
Collega’s in de voorraadkast
“Ik ben eigenlijk moeder van twee kinderen, alleen zie je er één,” vertelt Hogervorst. Haar dochter Ellen werd twintig jaar geleden stilgeboren. Dat betekent dat een baby tijdens de zwangerschap of de bevalling overlijdt. Hogervorst werkte toen nog in de zorg en miste het gesprek met de mensen om haar heen. Haar leidinggevende vroeg wel hoe het met haar ging, maar ook al snel wanneer ze weer zou komen werken.
“Ik heb meegemaakt dat mensen op het werk in de voorraadkasten verdwenen, omdat ze het heel spannend vonden om mij te zien.” Collega’s durfden haar niet aan te spreken, omdat ze dachten dat het al moeilijk genoeg voor haar was. “Ik wilde er juist over praten en de foto's laten zien die we gelukkig hebben kunnen maken.”
Bij haar man, die in de financiële sector werkt, ging het opvallend genoeg anders. Daar was juist veel aandacht voor het verlies. Zijn collega’s wilden eerst met hem praten voordat hij weer naar kantoor kwam.
‘Noem die naam’
Wie een dierbare heeft verloren, vindt het fijn als anderen de overledene blijven noemen en herinneringen ophalen, zegt Hogervorst. “Vraag aan mij: hoe is dat voor je? Of sta er even bij stil. Dat is fijn voor mij. Als mensen richting een bepaalde datum gaan waarop bijvoorbeeld hun partner is overleden, noem dan die naam. Sta erbij stil.”
'Opa slaapt niet en opa wordt ook geen sterretje. Opa is dood.'
Daphne de Bakker, PAL-drager
Neem kinderen mee
Bij een uitvaart twijfelen mensen vaak meteen of kinderen wel mee moeten naar het afscheid. “Ja, natuurlijk neem je ze mee,” zegt De Bakker. “Ze zijn ook een deel van het gezin,” vult Hogervorst aan. Ook over het overlijden zelf mag je eerlijk zijn tegen kinderen. “Het ergste wat mensen kunnen zeggen is: ‘opa slaapt’,” vindt De Bakker. “Opa slaapt niet en opa wordt ook geen sterretje. Opa is dood.”
Geeft De Bakker een gastles op een basisschool, dan vraagt ze eerst of de school er echt achter staat. Is dat zo, dan licht ze de ouders liever niet vooraf in. “Je doet dat ook niet bij een les over sterrenkunde.” Anders houden een of twee ouders hun kind misschien thuis, omdat ze de dood bij hun kind weg willen houden. Achteraf heeft ze naar eigen zeggen nooit klachten gehad. “Het zijn echt de volwassenen die het spannend maken.”
Dat zien ze ook na een overlijden op school. Blijven kinderen de dag erna thuis, dan laten leerkrachten hen soms even met rust. Hogervorst vindt het juist belangrijk om contact te zoeken. “Vraag niet: ‘Waarom ben je er niet?’, maar zeg: ‘Ik heb je gemist. Hoe is het met je?’” Kinderen die wel op school zijn, kunnen er gewoon over praten, bijvoorbeeld in een kringgesprek. Daarna gaat het leven verder, maar de kinderen weten wel dat er iets is gebeurd.
Niet op te lossen
“We leven in een maatschappij waarin we gewend zijn om alles op te lossen,” zegt De Bakker. Bij de dood kan dat niet. Dan moeten mensen juist dingen loslaten. Veel mensen schuiven het onderwerp ook liever voor zich uit, omdat ze er niet graag over nadenken.
“Hoe moeilijk het ook is, probeer in ieder geval dat gesprek met elkaar aan te gaan,” zegt Hogervorst. “Hulp vragen is oké. Dat klinkt dan weer zo cliché, maar als je merkt dat het lastig is of dat je die behoefte hebt, zorg dan dat je weet waar je hulp kunt vinden.”
De Bakker vult aan: “Je kunt eindeloos het gesprek over de dood uit de weg gaan, maar de dood kun je uiteindelijk niet uit de weg gaan.”
Kijk op de
website van 'PAL in de stad' voor meer informatie.