De bever
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht
REGIO - Zo’n 150 jaar lang was er geen
bever meer in Nederland te bekennen. Tot ze in 1988 opnieuw werden uitgezet.
Inmiddels zijn er meer dan 7000 bevers in Nederland - en de populatie groeit.
Ook in de Gooi- en Vechtstreek duikt het beestje steeds vaker op. Om te zorgen
dat de bevers niet door alle dijken heen graven, neemt het waterschap Amstel,
Gooi en Vecht maatregelen. Vijf vragen.
1. Om
hoeveel bevers gaat het in de regio?
In het gebied waar het waterschap Amstel Gooi
en Vecht verantwoordelijk voor is, gaat het nu om negen plekken waar de bever
voorkomt, zoals bij de Vecht. “In totaal verwachten we dat het om ongeveer tien
bevers gaat,” vertelt Bas Molenkamp, die namens het waterschap verantwoordelijk
is voor de waterveiligheid. Daar plaatst hij wel een kanttekening bij. In
Limburg ligt de bever
populatie tussen de 2000 en 3700. Uit ervaring
van collega’s daar weet Molenkamp dat - als je denkt dat er tien zijn - het
waarschijnlijk om wel dertig bevers gaat.
2. Wat zijn
de risico’s van een toename van het aantal bevers?
“Een bever graaft zijn hol en begint onder
water. Bij een dijk kan hij makkelijk hele lange en diepe gangen graven. De
dijken worden dan zwakker. Als je dat niet goed monitort, wordt de kans op een
dijkdoorbraak groter”, legt Molenkamp uit. De waterkeringsbeheerder maakt zich
zorgen over de toename van bevers in het gebied. “Het is belangrijk dat we hier
op grote schaal over blijven praten.”
Knaagsporen van bevers|Waterschap Amstel, Gooi en Vecht
3. Wat is de
rol van het waterschap?
Ongeveer 140 mensen werken dagelijks aan de
waterveiligheid, vertelt Molenkamp. “Wij zijn verantwoordelijk voor het
onderhoud aan dijken om overstromingen te voorkomen. We willen precies weten wat er met onze dijken
gebeurt. Als je in de buurt van een dijk iets wil bouwen, dan moet je een
vergunning aanvragen. Je begrijpt wel dat de bever dat niet doet. Dus moet je naar andere oplossingen zoeken.”
Er spelen hier twee belangen. “Je wil de
controle behouden over de waterveiligheid, maar je hebt ook te maken met een
beschermde diersoort die je niet wil storen in zijn leefomgeving.” Het
waterschap voert daarom inspecties uit en monitort het gedrag van de bever. Als
de waterveiligheid echt in het geding komt, zal het waterschap maatregelen
nemen. Zo kan het nodig zijn om de bevers te vangen en ergens anders uit te
zetten. Doden mag niet.
Daarnaast onderzoekt het waterschap ook of
preventieve maatregelen mogelijk zijn, zoals het aanbrengen van graafwerend
gaas in de keringen. “Maar met duizend kilometer aan waterkeringen hangt daar
wel een prijskaartje aan.”
4. Wat
moeten omwonenden of passanten doen als ze een bever zien?
Een bever is het grootste knaagdier in
Nederland en heeft een glanzende, donkerbruine vacht en een platte staart.
Families bevers bouwen hun burchten aan de oeverkant. Als je zo’n beestje ziet, dan moet je die
“vooral met rust laten en niet verjagen”, legt Molenkamp uit.
Als je iets
opmerkelijks ziet aan een dijk, kan je dat melden aan het waterschap. “Maar,”
benadrukt Molenkamp, “ga er niet specifiek naar op zoek, want dat doen onze
medewerkers die daarvoor opgeleid zijn, zodat de bever zich prettig blijft
voelen in ons gebied. Sporen van een bever, zoals knaagplekken aan
een boom, kun je melden op
waarneming.nl. Dat geldt ook voor waargenomen
beverburchten.
5. Hoe
kan het waterschap het beste omgaan met de toegenomen
beverpopulatie in ons land?
“We moeten creatief blijven en gezamenlijk
naar oplossingen kijken, maar daarbij de controle over waterveiligheid niet uit
het oog verliezen. Bij ons waterschap staan we pas aan het begin. In het zuiden
van ons land is de populatie vele malen groter en wordt het echt als een
waterveiligheidsprobleem gezien," vertelt Molenkamp.
"Landelijk voeren we goede gesprekken met alle
betrokken partijen om een gezonde balans te vinden tussen waterveiligheid en een
goeie leefomgeving voor de bever. Voor nu hebben we het onder controle binnen
ons waterschap en houden we de werkzaamheden van de bever in de gaten. Dit doen
we voorzichtig, zodat de bever rustig kan leven in ons gebied. Toch was het wel wat
makkelijker geweest als de bever het eerst even netjes zou melden voor hij
ergens zou gaan graven,” aldus Molenkamp.