Vijftig tellers telden afgelopen weekend meer dan duizend verschillende soorten.
Foto: KNNV
GOOI - Voor de vijfde keer op rij organiseerde de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) de duizendsoortendag. Op vrijdag 29 en zaterdag 30 mei trokken vijftig vrijwilligers de Gooise natuur in om soorten te tellen - van vogels, tot planten en insecten.
In de Zanderij, Spanderswoud, Franse Kampheide en Laegieskamp werden door de vijftig deelnemers meer dan duizend soorten gevonden. Om precies te zijn 1025. "Dat is een tussenstand", nuanceert KNNV-voorzitter Feiko Prins.
De definitieve telling laat op zich wachten. "Dat duurt een paar weken. Soms verandert dat cijfer zelfs na een jaar nog, omdat een bioloog ziet dat een waargenomen soort toch niet helemaal klopt."
Record
De vorige duizend-soortendagen waren in 2014, 2016, 2022 en 2024. Het record lag in mei 2024, toen ruim vijftig deelnemers 1330 soorten waarnamen in de bos- en heideterreinen van het Goois Natuurreservaat en Natuurmonumenten. "Dat gaat dit jaar niet meer verbroken worden", durft Prins wel al toe te zeggen.
Dit jaar startte de telling op vrijdag 29 mei aan het eind van de middag. 's Avonds en 's nachts werden vleermuizen, nachtvlinders en vogels geïnventariseerd. Op de zaterdagochtend werden de broedvogels geteld. Daarna waren de planten- en insectenmensen aan de beurt, die de rest van de dag vulden met het werk. Zij keken onder meer naar de 'gewone' vlinders, kevers en libellen.
Biodiversiteit
"Op deze manier laten we zien wat biodiversiteit in het Gooi is", schrijft de organisatie op haar website. Alleen: volgens Prins zegt de telling daar eigenlijk niet zoveel over.
Hij zit in een tent, middenin de natuur. "Tussen de duizend soorten", lacht Prins. Op de achtergrond zingen de vogeltjes, terwijl hij over de biodiversiteit zegt: "Er zijn wel vijfduizend soorten in het Gooi. Met elke telling krijg je daarvan dus slechts een vijfde te zien."
De telling zegt dus eigenlijk weinig over de variëteit aan natuur die het Gooi rijk is. Dat komt ook door de kennis van de mensen die meedoen, door de weersomstandigheden en door het seizoen. "Want je ziet in deze tijd van het jaar andere planten en dieren dan bijvoorbeeld in augustus."
"Het is gewoon een feestje"
Feiko Prins, voorzitter Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging
Waarnemers-effect
Van planten zijn er weinig gespot dit jaar. "Ongeveer tweehonderdenvijftig. Bij de vorige duizendsoortendag zaten we nog op driehonderdzestig." Toen deed een groep plantenkenners uit Amsterdam mee. Bovendien is het dit jaar opvallend droog geweest, waardoor er mogelijk minder nieuwe planten zijn.
Ook speelt er iets wat Prins het 'waarnemers-effect' noemt: "Sommige mensen zijn deskundiger dan anderen. Wat je niet kent, dat zie je niet." Je moet dus wel weten wat je waarneemt. "Dat scheelt al een stuk." Hoewel er elke editie trouw rond de vijftig deelnemers meedoen, zijn ze niet altijd even getraind.
Feestje
Wel worden er regelmatig nog bijzondere soorten aangetroffen. Zoals dit jaar bij de nachtvlindertelling. De nachttelling duurde van half elf 's avonds tot een uur of twee 's nachts. De vrijwilligers spanden een groot wit laken van twee bij twee meter en schenen daar met een lamp op.
Zo zijn in totaal 175 soorten nachtvlinders en motjes geteld. "Een verdubbeling van de vorige keer!" Toen werd met minder mensen gezocht naar nachtvlinders.
De tellers telden dit keer bovendien zo'n twaalf nieuwe nachtvlinders voor het eerst in 't Gooi. Guido Band, coördinator van de nachtvlindertelling: "Wat extra bijzonder was, was het okerkleurige kroeskopje. Die is zeer zeldzaam en alleen nog in Zuid-Nederland bekend, maar misschien is de vlinder wel naar het Noorden aan het oprukken."
Maar als een telling zo weinig zegt over de natuurstand, waarom wordt er dan eigenlijk nog geteld? Prins: "Het is gewoon een feestje - met allemaal natuurliefhebbers."
Okerkleurige Kroeskopje|Foto: Ben Sale via flickr